In Aarschot kan je hier en daar een deelwagen spotten. Goed nieuws! Aarschot is net overgestapt naar een systeem met een nieuwe aanbieder. De overstap vertoont hier en daar nog wat strubbelingen. Werk aan de winkel!
Steeds meer mensen zijn gewonnen voor deelwagens. Je kan deelmobiliteit niet meer wegdenken. Heb je een auto nodig hebt, maar je hebt er geen, kan je een deelwagen gebruiken. Het is een budgetvriendelijke mobiliteitsoplossing. De extra voordelen voor het milieu en klimaat krijg je er gratis bij.
Je moet dus geen auto bezitten om met een auto te rijden. Dit is mobiliteit als een dienst. Gebruikers zijn klanten. In Aarschot zijn er een 300-tal klanten. Onlangs werden een aantal veranderingen doorgevoerd in het Aarschotse deelwagensysteem. Op zich is dit geen probleem zolang de continuïteit van de dienst is gewaarborgd. Een dienst moet naast gebruiksvriendelijk namelijk ook betrouwbaar zijn. Stel je eens voor dat je internetprovider je een week zonder internet zet.
De overgang in Aarschot liep niet zoals verwacht voor de klanten. In het nieuwe systeem kan je geen gebruik meer maken van het mobiliteitsbudget voorzien door werkgevers. Een aantal klanten gebruiken namelijk de deelwagens voor woon-werkverkeer en zijn dus genoodzaakt om een andere oplossing te zoeken voor hun verplaatsingen met de wagen. In het nieuwe systeem kan je voorlopig enkel betalen met creditcard. Voor een aantal klanten is dit een stap achteruit en misschien ook wel een stap uit het nieuwe deelsysteem. Maar het stadsbestuur bevestigde tijdens de gemeenteraad dat men naar oplossingen zoekt. De aanbieder van de deelwagens zou deze betalingsdiensten in het systeem opnemen. Spijtig dat dit niet meteen gebeurd is, wanneer men op zoek ging naar een nieuwe aanbieder.
Er is ook een voordeel aan het nieuwe systeem: voor mensen die maar sporadisch een auto nodig hebben, is het voordeliger omdat er geen abonnementskosten zijn.
Om een nog meer complete dienst van deelwagens aan te bieden zouden andere aanbieders kunnen worden aangetrokken. Een andere aanbieder kan complementair zijn en hiaten in het huidige systeem opvangen. Dit is een manier om de wagenvloot uit te breiden en zo de doelstellingen rond deelwagens van het Lokaal Energie en Klimaatpact dat Aarschot heeft ondertekend gemakkelijker te halen. Er zouden 60 deelwagens tegen 2030 moeten zijn. Op onze vraag of andere aanbieders ook op openbaar domein zouden kunnen staan, was het antwoord: ‘Nee, dat is overheidssteun.’ De taxen of retributies op horeca-terrassen op openbaar terrein zijn ook afgeschaft. Die overheidssteun kan dus wel? De echte reden dat er geen andere aanbieder op openbaar domein toegelaten wordt, is dat de huidige aanbieder dit als een voorwaarde stelde om zonder subsidie van de stad deelwagens in het centrum te plaatsen. Jammer. De stad spaart zo wel geld uit, maar laat mogelijkheden liggen.
Deelwagens zijn nog voor andere dingen goed. Ze zijn een middel om mobiliteitsarmoede aan te pakken. Hoe mooi zou het wel niet zijn als deelwagens gebruikt kunnen worden door inwoners van sociale woonbuurten die geen auto hebben. Een heel aantal zorgen zouden van de baan zijn: hoe geraak ik op mijn werk op het moment dat het openbaar vervoer het laat afweten. Een weekendje weg gaan kan misschien dan wel.
Deelwagens staan ook garant voor meer ruimte die vrijkomt. Een deelwagen vervangt tussen de 6 en 12 wagens. Zo haal je de parkeerdruk omlaag en komt er plaats vrij voor een bank, wat groen, voor mensen. Voor projectontwikkelaars betekent het ook dat ze minder moeten investeren in dure (ondergrondse) parkings, een financieel voordeel.
Deelwagens hebben hun intrede gedaan in het stadsbeeld en zijn er om te blijven. Dit is zo klaar als een klontje. Ook voor Aarschot is deelmobiliteit de moeite waard om er verder mee aan de slag te gaan en als een complete dienst aan haar inwoners aan te bieden.